Dieren

Wetenschappers schatten dat er circa 10 miljoen verschillende diersoorten op aarde leven. Ongeveer 10% daarvan is pas ontdekt door de wetenschap. De meeste dieren leven op het land (80%), de rest zijn waterdieren of vogels. Het dierenrijk varieert van microscopisch kleine dieren tot heel grote dieren (walvis). Er zijn huisdieren (hond, kat, konijn) en wilde dieren (ijsberen en leeuwen).
Ofschoon dieren op het oog soms veel van elkaar lijken te verschillen, zijn er toch diersoorten die heel wat kenmerken met elkaar gemeen hebben.

De zoölogie (de wetenschap die het dierenrijk bestudeert) deelt dieren in stammen, afdelingen en groepen in. De indeling van het dierenrijk (ook wel animalia genoemd) heeft geresulteerd in een uitgebreide boom, waarin de dieren naar stam, afdeling en groep zijn gerangschikt. Deze indeling is nog steeds in ontwikkeling en of hij ooit af zal komen, is maar net de vraag.
Het dierenrijk is maar een van de vijf rijken die alle levende dingen omvatten. Naast animalia zijn er ook bacteriën, protisten (eencellige organismen), schimmels en planten (flora).

Diersoorten

Er zijn gewervelde en ongewervelde wilde dieren. Ruim 97% is ongewerveld. De rest (minder dan 3%) is gewerveld, wat inhoudt dat deze dieren (net als de mens) een wervelkolom hebben. Wetenschappers leven in de veronderstelling dat de meeste gewervelde soorten al bekend zijn. Het is echter ook zeer wel mogelijk dat er nog miljoenen ongewervelde diersoorten (insecten en kleine dieren) zijn die nog niet ontdekt zijn.

De taxonomie van het dierenrijk (de leer van de indeling van het dierenrijk) heeft zich sterk ontwikkeld. Vroeger ging het om het onderscheiden van verschillende diersoorten. Tegenwoordig is de wetenschap daar niet meer tevreden mee. Ook de achtergrond ven het dier (leefwijze, voortplanting, leefgebied en relatie met andere dieren) worden tegenwoordig meegenomen in de taxonomie.

Zoogdieren

Bacteriën en planten creëren hun eigen voedsel door chemische processen. Dieren hebben deze mogelijkheid niet. Ze eten planten, dieren of beiden (herbivoor, carnivoor en omnivoor). Ze verteren het voedsel en halen daar hun energie uit.

De zeer diverse groep zoogdieren (afmeting, vorm) leven op het land, maar ook in de lucht en in het water. Er zijn ongeveer 5.000 soorten zoogdieren bekend en deze klasse bevat 28 ordes. De zoogdieren worden in de zoölogie mammalia genoemd. Zoogdieren hebben als enige dierensoorten een vacht om warm te blijven maar ook om in geval van gevaar zich te kunnen camoufleren. Zoogdieren zijn warmbloedige dieren, want hun constante temperatuur is hoger dan de omgevingstemperatuur. De stofwisseling (zoals bij het afbreken van vet) houdt het lichaam warm.

Unieke kenmerken

Er zijn twee kenmerken die zoogdieren van alle andere diersoorten onderscheiden: melkklieren en skelet. Met de melkklieren worden de jongen gevoed, die zodoende hun krachten kunnen sparen. Ze hoeven dan immers geen energie te besteden aan het vinden van voedsel. De antistoffen in de melk beschermen jongen tegen ziektes.

Zoogdieren hebben in hun skelet een kaakbot en oren, die drie beentjes bevatten (hamer, aambeeld en stijgbeugel). Deze kenmerken komen niet voor bij andere levende wezens. Binnen deze groep ontwikkelden de eierleggende zoogdieren als eerste en daarna kwamen de buideldieren.

0 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *